home foto

 

 

Ministerie van Justitie (1992-1994)

woordvoerder/coördinator voorlichtingsteam

De kans doet zich voor niet alleen over te stappen naar de andere kant van het land maar ook naar de andere kant van de denkbeeldige streep tussen pers en overheid. Ik zet die stap niet alleen uit interesse voor justitie maar ook uit nieuwsgierigheid, want hoe werkt het nu eigenlijk echt achter de schermen van Den Haag?

Op de directie Voorlichting van het ministerie van Justitie, die onder leiding staat van Jan Schinkelshoek, ga ik aan de slag als woordvoerder. Aanvankelijk werk ik met name voor staatssecretaris Aad Kosto maar na verloop van tijd ook steeds meer voor de minister, Ernst Hirsch Ballin. Mijn werkterrein valt samen met dat van het toenmalige directoraat-generaal Delinquentenzorg en Jeugdbescherming (DGJD), waarvoor ik tevens het gelijknamige voorlichtingsteam coördineer.

Mijn departementale jaren staan vooral in het teken van een drastisch cellentekort, vele geruchtmakende ontvluchtingen, delicate incidenten in de justitiële jeugd- en tbs-inrichtingen, een heroriëntatie van de reclassering en opzienbarend beleid.

Zo dringt een adviescommissie aan op extra beveiligde strafinrichtingen. Die moeten een halt toeroepen aan de ontsnapping van vluchtgevaarlijke gedetineerden. Premier Ruud Lubbers pleit voor de inrichting van een kampement voor de heropvoeding van jeugdige misdadigers.

Ook met het ontwikkelen van een even snelle als stelselmatige aanpak in de (pers)voorlichting, die zich tevens richt op de politiek en de penitentiaire inrichtingen, weten we de opwinding over het gevangeniswezen te beteugelen. In de Scheveningse strafinrichting organiseer ik een (drukbezochte) persconferentie over het nieuwe beleidsplan, Werkzame Detentie.

Met het voorlichtingsteam DGJD lanceer ik een campagne en magazine ‘Perspectief’. Magazine en campagne moeten de relatie tussen de organisaties van justitiële jeugdbescherming verstevigen, de beroepstrots van jeugdbeschermers versterken en het profiel van de jeugdbescherming kracht bij zetten.

Ook formuleer ik een toegankelijke aanduiding voor alternatieve sancties (‘taakstraf’), die het punitief karakter ervan moet benadrukken. Vervolgens organiseren we als voorlichtingsteam een campagne voor de taakstraf als geloofwaardig alternatief voor de celstraf.

Tot slot draag ik enkele organisatorische suggesties aan voor het justitiële sanctiebeleid.

home foto