home foto

 

 

Openbaar Ministerie (1994-2000)

hoofd voorlichtingsdienst / woordvoerder College van procureurs-generaal

Halverwege 1994 bereidt het openbaar ministerie zich voor op een ingrijpende reorganisatie. Het wijdvertakte openbaar ministerie gaat gebukt onder een gebrekkige samenhang, terwijl de (zware) misdaad stijgt. Ook om die reden is het niet goed in staat regie te voeren over de strafrechtelijke handhaving.

Procureur-generaal Winnie Sorgdrager nodigt mij uit een professionele communicatiefunctie op te bouwen. Ik maak hier een aanvang mee onder procureur-generaal Rolph Gonsalves, die de portefeuille voorlichting waarneemt; Sorgdrager is inmiddels minister van Justitie. Even later treedt Arthur Docters van Leeuwen aan als eerste voorzitter van het College van procureurs-generaal.

Incidenten (onder veel meer over vormfouten en geruchtmakende strafzaken) domineren de beeldvorming van het openbaar ministerie in nog heviger mate dan die van het gevangeniswezen. Ook de zogeheten IRT-affaire en de parlementaire enquête opsporingsmethoden (‘Van Traa’) dragen bij aan het tumult. In combinatie met de reorganisatie is sprake van (institutionele) crises die tot soms bittere conflicten leiden tussen personen in de top van justitie, politie en het openbaar bestuur.

Uiteraard brengt alle publiciteit veelvuldige woordvoering met zich mee en intensieve advisering, zowel van de procureurs-generaal als van de hoofd- en persofficieren van justitie. Regie in de persvoorlichting gaat evenmin vanzelf en dat geldt ook voor een werkzame relatie met de media.

In nauw overleg met de collegevoorzitter en anderen concentreren we ons hiernaast eerst op twee andere hoofddoelen: de organisatie van de communicatie en de positionering van het openbaar ministerie. Op het parket-generaal in wording zetten we een landelijke voorlichtingsdienst op. Verder richten we ons op de ontwikkeling van de voorlichtingsfunctie op de 25 parketten in het land en bij de rijksrecherche.

De positionering van het openbaar ministerie als effectieve en integere organisatie moet van vrij ver komen. Samen met het college, de parkethoofden en hun voorlichters leggen we hiervoor het fundament. Zo maken we een begin met interne communicatie, relatiemanagement en publieksvoorlichting. Het OM behoort tot de eerste overheidsdiensten met een website.

Terwijl de positionering van het openbaar ministerie aan kracht wint, gaat de pioniersfase van de communicatie over in een periode van verdere professionalisering. Onze ambitie richt zich op vernieuwende beleidsregels voor opsporingsberichtgeving en (pers)voorlichting over strafzaken maar bij voorbeeld ook op de realisatie van intranet binnen het OM.

Intussen adviseren we de top van de organisatie doorlopend over tal van min of meer explosieve kwesties. Die raken niet alleen aan de reputatie van de rechtshandhaving in het algemeen en die van het openbaar ministerie in het bijzonder maar ook aan de inhoud van de criminele politiek.

Bovendien krijg ik verschillende bijzondere opdrachten in de sfeer van begeleiding (onder anderen van in opspraak geraakte magistraten), bemiddeling (bij voorbeeld tussen de minister en een procureur-generaal) en belangenbehartiging (zoals in een slepende rechtszaak van een journalist tegen de staat).